Van eitje tot kanjer
In het water zwemmen vissen rond in allerlei soorten en maten. Zo kun je zien dat er vissen zijn met stekels, en vissen zonder stekels. Sommige vissen hebben grote schubben, andere juist kleine, er er zijn er ook die helemaal geen schubben hebben. Bepaalde vissen kunnen behoorlijk groot worden, denk maar aan de snoek en de karper. Andere vissen, zoals het stekelbaarsje en de bittervoorn, blijven maar klein. Toch hebben alle vissen wel iets hetzelfde. Allemaal beginnen ze hun leven in het water als een piepklein vislarfje dat ...uit een piepklein eitje komt. Een vis-eitje! Kijk hoe het leven van een vis begint en verder verloopt. | 
| Het vissenei Een viseitje lijkt helemaal niet op het ei van een kip of een merel. Het eitje heeft geen schaal. Het is halfdoorzichtig en heel klein. Zo klein, dat een visje dat uit het ei komt, nog maar net met het blote oog te zien is. Maar zo'n vislarfje kan misschien wel uitgroeien tot een kanjer van een vis. | Vissen paaien Al sinds mensenheugenis zwemmen er in sloot en plas vissen rond. En als het aan de vissen ligt, zal dat altijd zo blijven. Want vissen planten zich voort. Elk voorjaar zorgen de volwassen vissen voor talloze nakomelingen. Er worden dan miljoenen jonge visjes geboren. Als het water in het voorjaar warm wordt, gaan vissen op zoek naar een goede plaats om te paaien (dat is een ander woord voor voortplanten). Soms zie je een aantal vissen bij elkaar er een heus waterballet met veel geplons en gespetter van maken!  Vissen zijn meestal erg kieskeurig in de keuze van de plek waar ze hun eitjes afzetten. De Snoek en de Ruisvoorn leggen hun eitjes tussen de waterplanten, maar de Barbeel en de Forel leggen ze tussen kiezelstenen. Er zijn ook verschillen in hoe vissen hun eitjes afzetten. De Baars zet haar eitjes in langwerpige snoeren af op rietstengels en takken. De Stekelbaars bouwt net als vogels een nestje waarin de eitjes worden verstopt en bewaakt ze trouw. En de Bittervoorn verstopt haar eitjes in een mossel. | De levensloop van een vis Als een visseneitje is bevrucht, kan deze uitgroeien tot een grote vis. Bij iedere vissoort verloopt de ontwikkeling anders. In dit voorbeeld kun je lezen en zien hoe de levensloop van een Snoek er uitziet.
Snoeken leven in helder, plantenrijk water. In wateren zonder waterplanten zul je nauwelijks Snoeken vinden. Grote volwassen Snoeken trekken in het vroege voorjaar (maart-april) naar ondiepe plantenrijke wateren, om daar te paaien. De vrouwtjes Snoeken zetten hun kleverige eitjes [1] af op de waterplanten, waarna het mannetje deze kan bevruchten. Na twee weken komen de kleine Snoekjes [2] uit de eitjes. Deze Snoekjes kleven zich vast aan waterplanten. Ze hoeven nog niet direct eten te zoeken. De Snoekjes hebben namelijk nog voedsel in hun dooierzak. Na zeven tot elf dagen is dit reservevoedsel op en gaan de jonge Snoekjes [3] rondzwemmen tussen de waterplanten. Het voedsel dat zij eten is heel klein. Zij eten dan bijvoorbeeld Watervlooien. |  | Al bij een lengte van 4 centimeter gaan de Snoekjes [4] kleine visjes eten. Ze eten zelfs hun kleinere broertjes en zusjes op! Totdat zij na een jaar een lengte van minstens 40 centimeter hebben, moeten de Snoekjes zich goed verstoppen voor hun grotere soortgenoten, anders worden ze opgegeten. Als ze uiteindelijk 3 jaar of ouder zijn, zijn ze volwassen Snoeken [5] en keren ze terug naar de ondiepere gedeelten om af te paaien [6]. Dan is de levenscyclus van de Snoek rond.  Als een vis in het water... Ook vissen hebben een goede omgeving nodig om in te leven. Je kunt die omgeving ook wel zien als het "huis" van de vis. Zou jij graag in een leeg, kaal huis wonen? Nee toch zeker? Daarom moet de vloer van dat huis bedekt zijn met een tapijt van kiezels, grind, zand, klei of modder. Op de vloer groeien en liggen de "meubels" van het huis van de vis: waterplanten, plantenwortels, resten van afgestorven planten, ingewaaide bladeren en takken, omgevallen bomen en soms ook hele grote stenen. Die "meubels" zijn heel belangrijk voor het leven van een vis; ertussen en eronder kunnen ze schuilen, ze vinden er hun voedsel en ze verstoppen er hun eitjes en jonkies. Binnenkort meer...
Waterplanten zijn belangrijk voor vissen In sloten, vijvers, beken en rivieren groeien verschillende soorten waterplanten. Waterplanten zijn voor vissen en andere waterdieren erg belangrijk. Waterplanten kun je indelen in vier groepen. De onderwaterplanten (4) groeien helemaal onder water, terwijl de bovenwaterplanten (1) alleen met hun wortels en "hun voeten" in het water staan. De drijfbladplanten (3) wortelen in de waterbodem, hun stengels zitten onder water, maar hun bladeren drijven aan het wateroppervlak. De drijvende planten (2) wortelen niet in de bodem, maar drijven vrij op het water. |